Stappenplan
Stap 1
Je vult het hoofdonderwerp in, dit staat centraal in de mindmap.

Stap 2
De voornaamste thema’s van het onderwerp vertakken zich vanuit dit centrale punt.

Stap 3
Thema’s van ondergeschikt belang vormen de bladeren aan weer een volgende generatie vertakkingen.
Hieruit kunnen weer nieuwe vertakkingen voortkomen, enz.
 
Hier zie je een voorbeeld van een getekende mindmap:

graphic
 
 
 
 
Oefening
Probeer zelf een mini-mindmap te maken, met behulp van onderstaande oefening.
Het is een eerste oefening in associatief denken en als zodanig een belangrijke stap op weg naar de mindmap.
Tony Buzan:
“De minimindmap is de embryonale vorm van de mindmap.”
 
  • Je hebt voor deze oefening pennen en papier nodig.
  • Vul - zonder te pauzeren om te kiezen - op elke lijn een woord in dat je associeert met het woord ‘geluk’.
    Deze oefening is geen test. Hij zou je niet langer dan een minuut moeten kosten.
  • Zet nu het woord ‘geluk’ centraal op het blad, en teken van daaruit lijntjes (als takken aan een boom).
  • Op ieder lijntje vul je één van de woorden in die jij associeert met geluk.
  • Vraag, als dat mogelijk is, iemand anders de oefening tegelijkertijd met jou te doen.
    Het is belangrijk dat jullie de associaties tijdens de oefening niet met elkaar bespreken.
  • Analyseer vervolgens resultaten.
  • Het is de bedoeling dat je de woorden zoekt die jullie beiden gemeenschappelijk hebben.
    Het gaat dan om exact dezelfde woorden.
    ‘Zon’ en ‘zonneschijn’ zijn bijvoorbeeld niet precies hetzelfde.
Hoeveel woorden schat jij nu dat jullie gemeenschappelijk hebben ingevuld?

Veel mensen denken dat het aantal overeenkomsten groot is.
De werkelijkheid is toch vaak anders: verschillende mensen hebben slechts zelden meerdere woorden gemeenschappelijk!
De meeste woorden (associaties) zijn voor elk individu uniek.